Volkssoevereiniteit en constitutionalisme
Jean-Jacques Rousseau's (1712-1778) politieke filosofie zegt dat legitiem gezag voortkomt uit een sociaal contract waarin burgers hun rechten overdragen aan de gemeenschap, niet aan een heerser. Kernbegrippen zijn volkssoevereiniteit en de algemene wil gericht op het algemeen belang. Hij streefde naar een maatschappij waarin mensen vrij en gelijk blijven, vaak gezien als een theoretische basis voor directe democratie en de Franse Revolutie. Rousseau's ideeën waren revolutionair in zijn tijd, omdat hij het absolutisme afwees en de basis legde voor moderne democratische theorieën. Hij stelde dat individuen hun natuurlijke vrijheid opgeven om burgerlijke vrijheid te verkrijgen binnen een gemeenschap. Dit contract is van vrije individuen, niet van onderwerping.
“De algemene wil” is niet simpelweg de som van individuele belangen, maar de collectieve wil die altijd gericht is op het algemeen welzijn. Wetten moeten hierop gebaseerd zijn. De macht ligt onvervreemdbaar bij het volk.
Spreker: Em. Prof. Rechtsfilosofie VUB, Jean Marc Piret.

